De Verscholen Stad van dak- en thuislozen: een wandeling in de schaduw van Den Bosch

Den Bosch Nieuws

DEN BOSCH – We zijn trots op onze stad, genieten van de smalle straatjes en de markt op zaterdag. Maar in de schaduw schuilt een Verscholen Stad. De stad van de dak- en thuislozen. Ik kreeg een kijkje in de andere kant van Den Bosch met thuisloze Arjan en Roderick.

Om halfnegen ’s avonds ontmoeten vijftien man aan de voet van de Sint-Jan de gidsen. Arjan, met lange grijze haren, een grijs wollen vest en een strikje met een roos in zijn baard, wacht met Roderick ons op. Zij gaan de groep voor in de wereld van thuis- en daklozen.

Gids Arjan; thuisloos, maar niet dakloos

Dakloos is niet thuisloos

De stad lijkt vanavond uitgestorven. Op het geluid van een enkele passerende fietser na is het stil. Direct wordt het verschil tussen de dak- en thuislozen duidelijk gemaakt, om misverstanden te voorkomen. We spreken vanavond niet over zwervers, maar mensen zonder dak en mensen mèt een dak, die zich er niet thuis voelen. “Ik heb al 30 jaar een woning, maar voel me er niet thuis”, vertelt Arjan om het verschil aan te geven. 

Arjan heeft een hoop in zijn leven meegemaakt. Hij is enkele keren op straat beland en bouwde een kring van straat-adoptiebroers op. Een van de ‘straatbroers’ was een blonde gitarist op het Kerkpleintje, genaamd Hendrico. Maar ook over anderen komen de verhalen, de één nog schrijnender dan de ander, zoals de miljonair ‘opa frietje’ die op zijn zeventigste ‘een pand in de Vughterstraat er doorheen joeg’. 

Overleven

Tweëeneenhalf uur spreekt onze ervaringsdeskundige over hen, de opvangplekken en de overlevingstechieken. “Hij zou ook twee dagen òf twintig dagen kunnen vertellen”, vertrouwt Roderick ons toe. Dat geloof ik direct als Arjan ons vertelt over het leven in het inloopschip, de toename onder daklozen door de crisis en waarom daklozen kleine misdaden plegen. “Als je minder dan een half jaar in de cel zit, krijg je geen hulp aangeboden. Daarom plegen sommigen extra misdaden.”

Opvang en werk

De tocht begint bij de Sint-Jan en leidt via het Heilige Geesthuis bij het Sint Janskerkhof naar de Gevangenenpoort en het Gasthuis in de Hinthamerstraat. Bij het Gasthuis worden details zichtbaar waar wij allen normaal aan voorbij lopen. “In de houten deur is een luikje waar medicijnen door gegeven werd”. 

De route brengt ons bij Dieske, de gevangenis en via de Barbaraplaats in de Brede Haven. Inmiddels hebben we een beeld gekregen van de uitdagingen in Arjan’s leven en de verschillende werkprojecten in de stad. De rondleiding is er één van. Hij doet dit met Roderick en nog een derde gids.

De doorsteek door de Uilenburg naar de Karrenstraat heeft op dat moment een andere lading. Even geen gezelligheid, geen biertje en muziek. Een contrast met wat we gewend zijn. Het brengt ons bij één van de laatste stops, bij de speelhal in de Karrestraat. Arjan mocht nooit verder dan de speelautomaten, zoals een flipperkast die niet mogen uitbetalen. “Daar ben ik ze dankbaar voor.” 

De dood

De rondleiding door de Verscholen Stad eindigt op het Kerkpleintje. Bij de kerk vertelt Arjan over het lot van sommige dak- en thuislozen. Sinds enige tijd krijgen ze een dienst, hier of in de Bartjeskerk, als ze overlijden. Want dat is een van de gevolgen van verslavingen en het leven op straat. “Het is stoppen, de gevangenis of de dood.”

Meer informatie over de Verscholen Stad vind je op De Verscholen Stad.nl.

Delen:
Deel De Verscholen Stad van dak- en thuislozen: een wandeling in de schaduw van Den Bosch naar Google+